Lieve medepatiënten

  • Blog

Mijn brief aan lieve medepatiënten. Een vervolg op 'Lieve verpleegkundigen'

Lieve medepatiënten,

We gingen fitnessen. Toen jij binnenkwam, lieve medepatiënt, moest ik in mijzelf een beetje grinniken. Qua gewicht zit jij wel op de juiste plek, dacht ik. Daar mochten wel wat kilo’s vanaf. Ja, aardig van mij is het niet. Maar, lieve medepatiënt, jij liet zien dat ik niet goed bezig was. Jij trok en trapte namelijk veel meer kilo’s weg dan ik. Waarom? Omdat ik te vaak niet goed voor mijzelf had gezorgd. Te weinig eten, te veel sporten. Daar word je dus niet bepaald fitter van. Integendeel. Die middag at ik een boterham meer. Door jou. Dank je wel, lieve medepatiënt.

 'Die middag at ik een boterham meer. Door jou. Dank je wel, lieve medepatiënt.'

Knettertje psychotisch vertelde jij dat binnenkort buitenaardse wezens de aarde overnemen, lieve medepatiënt. En dat deze buitenaardse wezens nu al spionnen naar de aarde hebben gestuurd, ter verkenning. Ik wist in eerste instantie niet wat ik hoorde. Ik vond je gek, raar. Je was ook heilig van je gelijk overtuigd. Probeerde daar ook iedereen van te overtuigen. Iets later besefte ik mij dat je psychotisch was, hoe naar een psychose kan zijn en wat voor invloed een psychische stoornis op een mens kan hebben. Never judge a book by it’s cover.

Lieve medepatiënt, wat haalde jij het bloed onder mijn nagels vandaan door zo veel te klagen. Maar meestal zegt dat wat je irriteert, toch iets over jezelf? In dit geval wel, denk ik. Zo ben ik een ster in kijken naar de dingen die ik niet goed heb gedaan, dingen die ik (nog) niet kan en mijn negatieve eigenschappen onder een vergrootglas leggen. Dank je wel, lieve medepatiënt, dat jij mij liet zien hoe vervelend het kan zijn – voor anderen maar ook voor jezelf – om vooral naar het negatieve te kijken. Door jou schrijf ik nu, hoe afgezaagd ook, bijna elke dag een paar fijne momenten op die ik die dag heb mogen ervaren.

'Knettertje psychotisch vertelde jij dat binnenkort buitenaardse wezens de aarde overnemen, lieve medepatiënt.'

Jij, lieve medepatiënt, hebt het IQ van een poffertje. Maar; wat was je lief en begaan met de mensen om je heen. Je zorgde voor een gezellige sfeer in de groep. Je zei lieve dingen tegen medepatiënten en hulpverleners, op een prettige manier. Wat doet IQ er dan eigenlijk toe? Helemaal niks. Je bent een toppertje.

'Jij, lieve medepatiënt, hebt het IQ van een poffertje.'

Het leven was je zat. Het vechten. Je wilde niet meer. De hoop was je kwijt. Je deed een suïcidepoging, niet je eerste. Alle alarmbellen gingen af. Alle patiënten naar hun eigen kamer. ’s Avonds een bijeenkomst met psychiaters, artsen, verpleegkundigen en patiënten. De dag daarop nog een. Je was overleden. Het verdriet was groot. Ook onder mensen die jou amper kende. Dat deed mij inzien, voelen dat er misschien ook wel mensen verdrietig zouden zijn als ik er niet meer was. Lieve medepatiënt, deze kerst brand ik een kaarsje voor jou.

Dank jullie wel, lieve medepatiënten. Dat wij er voor elkaar kunnen zijn, dat we met elkaar kunnen lachen en dat we van elkaar kunnen leren.

 

*Deze blog verscheen eerder op de website van Altrecht. 

Plaats reactie


Beveiligingscode
Vernieuwen

© 2020 Autistmijwat

Een blog over(leven) met autisme. 

Mail: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.